Selecteer een pagina

De wedstrijden na Amsterdam boden veel perspectief. Hoewel een echte uitschieter er niet bij zat, waren het wel stuk voor stuk sterke wedstrijden onder zware omstandigheden. Hoewel ritmewisselingen (zoals heuvels op en af lopen) wel iets zijn waar ik niet zo goed in ben, ben ik hier nu wel heel veel beter in geworden. Dit gaf dus vooral heel veel vertrouwen richting de laatste twee wedstrijden van het jaar, aangezien deze in het niet bepaald heuvelachtige Flevoland en Friesland plaats zouden vinden.

Dronten

De eerste van deze twee wedstrijden, en op voorhand de belangrijkste, was de Leisure World Kerstloop in Dronten. Bij deze halve marathon wordt eigenlijk altijd wel hard gelopen, en staan er veel snelle atleten aan de start. Ik had hier zelf nog nooit gelopen, maar het parkoers (lekker veel lange rechte stukken) trok me wel aan.

Van hoogteverschil was er in Dronten in ieder geval geen sprake, maar wel stond er een erg pittige wind van 5-6 Bft. Na de start zocht ik dan ook snel een plekje achter de haas (Luc Schout) van de eerste vrouw, die een tijd laag in de 1:09 voor ogen had. Dit voelde heel relaxed, dus toen er twee mannen demarreerden, ben ik daar snel achteraan gegaan.

Daarna kwamen de stukken met tegenwind, en werd het een stuk lastiger. Ik moest best wel hard werken om bij te blijven, maar besloot al vrij snel om in ieder geval te plakken totdat we de wind weer in de rug zouden hebben. Dat ging mooi, en zo kon ik van 7 tot 10 km weer een beetje herstellen met de wind in de rug. Na 10 km kwam ik door in 32:18, wat tot voor kort een PR zou zijn geweest.

In de tweede ronde kreeg ik het moeilijker, vooral omdat ik nu alleen tegen de wind in liep te rammen. Gelukkig kwam Wouter Jansen van achteren opzetten, en kon ik hem af en toe van uit mijn ooghoeken zien. Dit stimuleerde me om flink te blijven pushen, zodat hij niet zou kunnen aanhaken. Verder hield ik me voor dat ik na 17 km helemaal stuk mocht zijn, want de laatste kilometers met de wind in de rug moesten sowieso wel lukken.

Dat bleek, want hoewel ik helemaal gesloopt was, kon ik met ondersteuning van de wind nog wel een hoog tempo vasthouden. Het gat met Wouter werd nog weer wat groter, zodat ik onbedreigd in 1:08:34 finishte op de 7e plaats overall. Van tevoren had ik wel ongeveer op deze tijd ingezet… onder goede omstandigheden. Dat ik dit nu loop met deze wind is een hele mooie opsteker die smaakt naar meer!

Gorredijk

Na Dronten stonden de dagen eerst in het teken van herstel. Daarna stonden de feestdagen voor de deur, en ben ik ruim een week bij m’n pa en ma in Enschede wezen buurten. Qua lopen heb ik zeker niet stilgezeten in deze periode, want in de week rond Kerst liep ik nog bijna 150 km. In combinatie met niet hoeven werken, en geen al te gekke maar vooral speelse intervallen, leidde dit ertoe dat ik me steeds fitter begon te voelen.

Zo stond ik op Oudejaarsdag dan ook met veel vertrouwen aan de start van de Oliebollenloop in Gorredijk. Een 10 km wedstrijd waar ik de afgelopen jaren op deze dag vaak te vinden ben geweest, maar waar het me nooit is gelukt om echt hard te lopen. Zo goed als nu, ben ik natuurlijk nog nooit geweest, dus een PR leek me bij voorhand wel een zekerheidje. Bij voorkeur combineer je dat natuurlijk met het winnen van de wedstrijd, maar dat was met dit deelnemersveld zeker niet gegarandeerd.

Na de start bleek al vrij snel dat niemand echt zin had om tempo te maken. Zo kwamen we met een grote groep na 1 km vrij langzaam door, en besloot ik het dan maar zelf te gaan doen. Ik trok het tempo vrij snel richting de 3:06/km, met het idee dan maar solo te proberen onder de 31 minuten te duiken. De ene na de andere atleet moest lossen, waarmee de kopgroep na 5 km nog bestond uit Maarten Hindriks, Erik Bolding, en mijzelf. Toen ik de teugels iets liet vieren, zag Erik zijn kans schoon en plaatste hij een harde versnelling. Ik kon ternauwernood aanhaken en ondanks dat de daaropvolgende twee kilometer binnen de zes minuten gingen, gaf ik geen centimeter toe.

Daarna was het beste er, bij zowel Erik als mij, wel een beetje af, en liep het tempo was terug. Dit was meer dan welkom, want zo kon ik mooi weer iets herstellen. Met de finish in zicht begon ik mij zoals altijd weer steeds sterker te voelen. Na nog een paar bochtjes, besloot ik met nog 800m te gaan hard te versnellen. Ik liep makkelijk bij Erik weg, en kwam over de streep in een bizarre 30:34. Voor een sub 31 had ik getekend, maar dat ik er nu zo ver onder zou zitten, had ik absoluut niet verwacht.

Jarenlang was de 10 km eigenlijk mijn slechtste afstand. Het heeft me veel moeite gekost om ooit onder 33 minuten te lopen, en vanaf daar was de progressie minimaal. Vorig liep ik bij deze loop ook een PR… dat was toen 32:22. In één jaar is er veel gebeurd, dus laten we hopen dat 2020 ook zo’n mooi jaar wordt! Ik ben in ieder geval op de goede weg.